Bart Paepen : De kunst van de dood

De kunst van de dood



In het unieke kader van de Verbeke Foundation in Kemzeke, Oost-Vlaanderen, stelde kunstenaar Hannes D’haese op donderdag 29 oktober een nieuw project voor. De zoon van wijlen dokter Lecompte en kunstenares Begga D’haese beschildert lijkkisten. Naïeve vormen en heldere kleuren geven de kisten een verrassende levendigheid. Acteur Axel Daeseleire is vanaf het begin betrokken bij het project. Eén van de kisten die werd voorgesteld, draagt een gedicht van zijn hand.
Hannes en Axel willen de dood bespreekbaar maken in onze samenleving. Ze klagen aan dat de Westerse mens nauwelijks in staat is tijd en ruimte te maken voor rouw. Het taboe rond de dood verarmt het leven.
Ze benadrukten op de voorstelling dat het hier om meer gaat dan een kunstproject. Beschilderde kisten zullen ook besteld kunnen worden bij een fabrikant, niet om in een museum te zetten maar om te gebruiken bij een begrafenis. Inspiratie voor dit idee vonden ze in Ghana. Daar bestaat de traditie dat een doodskist iets weergeeft van de persoon die erin rust. Ghanese voorbeelden waren ook te bewonderen bij de voorstelling: kisten in de vorm van een vis, een mercedes, een leeuw en een schaaf vormden het merkwaardige kader voor de klassieke modellen die door Hannes D’haese beschilderd waren.
Luc Lamine, de bekende Antwerpse politiecommissaris, is het project zeer genegen. Hij benadrukt dat de connectie met Ghana ook een voorbeeld is van ethisch ondernemen. Ondertussen zijn ginder immers verscheidene mensen aan de slag bij de fabrikage van kisten voor Europese geïnteresseerden.
Tijdens de voorstelling kreeg ook Bart Paepen, Antwerps vicaris voor liturgie, het woord. Vanuit gelovige hoek belichtte hij de beschilderde kisten met de volgende tekst.

"Liefhebben", schrijft de Franse filosoof Gabriel Marcel, "is zeggen: Tu ne mourras pas." Gij zult niet sterven. Dat is naïef. Mijn liefde kan natuurlijk niet verhinderen dat mijn geliefden ooit sterven. De dood is onvermijdelijk en in vele ogen de grootste kracht in het bestaan.

Een lijkkist is een gebruiksvoorwerp, gemaakt om te vergaan in aarde of in vuur. En je weet: het lichaam dat in de kist rust, is hetzelfde lot beschoren. Een doodskist confronteert ons met onze eindigheid en vergankelijkheid.

Je etaleert een zekere naïviteit als je bij zo’n kist, oog in oog met het doodslot, zegt: "Tu ne mourras pas." Je bedekt het breekbare leven met een dunne laag verf - niet met gewapend beton of kogelvrij glas - maar met kleuren en vormen. Je tooit het gebroken leven met herinnering en tedere genegenheid. Je verbindt je eigen kwetsbare bestaan met een mens die je broer of zus is.

En je voelt: deze kist is geen gebruiksvoorwerp meer. Deze kist mág en kán niet vergaan in aarde of vuur. Deze mens - deze persoon - al is hij dood, zal niet sterven. In eeuwigheid niet. Tegen bodemloos verdriet, tegen wanhoop en lethargie komen ons woorden aanwaaien, kwetsbaar én krachtig als een dunne laag verf. Bijvoorbeeld uit de pen van Huub Oosterhuis:

Je denkt na de dood een veel
grotere ruimte
waar je terecht komt.
Waar we kunnen wat we nooit konden
oogsten wat we niet hebben gezaaid -
woorden die niet bestonden,
dachten we,
maar ze bestonden.
Of gaan we in vlammen op?
Of word je een vlam in de zon?

God weet komt het goed
een rechtvaardige wereld
waar niet de dood heerst.

Wat een naïviteit. Wat een heerlijke, fragiele naïviteit.
Daar moet je diep gelovig voor zijn.
Of een echte kunstenaar.